| o |
geen nee kunnen zeggen en het dwangmatig willen dat anderen u aardig vinden; |
| o |
emotioneel afhankelijk zijn van externe factoren en u zich pas veilig en gerust voelen als u het gevoel heeft deze externe factoren onder controle te hebben; |
| o |
perfectionisme; |
| o |
het gevoel dat liefde aan voorwaarden is verbonden; |
| o |
het vermijden van conflicten, het zwijgen 'voor de lieve vrede', het inhouden van boosheid; |
| o |
een gering gevoel van eigenwaarde; |
| o |
vrees voor afwijzing en verlating; |
| o |
bindingsangst; |
| o |
het moeilijk kunnen bewaken van uw eigen grenzen en het niet altijd herkennen van de gezonde grenzen van anderen. |