| o |
toegenomen alertheid en/of schrikreactie; |
| o |
slaapstoornissen; |
| o |
schuldgevoelens t.o.v. de slachtoffers van de gebeurtenis; |
| o |
geheugenstoornis; |
| o |
concentratieproblemen; |
| o |
vermijden van activiteiten, situaties welke mogelijk de ervaringen van de trauma oproepen; |
| o |
toename van symptomen na blootstelling aan gebeurtenissen welke mogelijk op de trauma lijken of aan doen denken. |